
In dit interview uit 2024 vertelt projectleider Martijn over het belang van stuivende duinen. Hij legt uit waarom we 'kerven' in de duinen bij Castricum hebben laten graven. En hoe die de biodiversiteit én de zeeveiligheid versterken.
In de Zuidernollen bij Castricum heeft PWN vijf kerven laten maken in de zeereep, de eerste duinenrij. Graven in de duinen die ons tegen de zee beschermen: waarom zouden we dat doen? Martijn, projectmanager Dynamisering Castricum, legt het uit. "Gezonde duinen groeien met de zeespiegel mee."
"Het lijkt misschien niet voor de hand te liggen om kerven in de zeereep, de hoge duinenrij meteen aan het strand, te maken. Toch is het dat wel. Tot ongeveer 1990 legden we in Nederland de duinen zo veel mogelijk vast. We plantten veel helmgras, waarvan de wortels het zand vasthouden. De zeereep werd op deze manier omgevormd tot een soort statische dijk.
Inmiddels weten we dat een zeereep als statische dijk niet altijd veilig is. Het is belangrijk dat zand vanaf het strand 'naar binnen' kan waaien, zodat het duingebied in beweging blijft. Duinen worden ook wel het 'landschap van de eeuwige jeugd' genoemd. Ze moeten kunnen stuiven om zich te kunnen verjongen en hoog en sterk te worden. Zeker nú is het belangrijk dat onze duinen met de zeespiegelstijging meegroeien."
"Rijkswaterstaat spuit regelmatig kalkrijk zand op of vóór het strand op. De wind blaast dat zand door de kerven de duinen in. Dit 'nieuwe' zand maakt een breed stuk van de duinen hoger en sterker. Zo versterken de kerven de zeewering juist."
'Kalk gaat verzuring tegen. Als er geen kalkrijk zand inwaait, verzuurt de duinbodem steeds verder. Daar profiteren als eerste snelle groeiers als grassen en bramen van. Na verloop van tijd groeit het duin helemaal dicht met struiken en bomen. De planten en dieren van de duinen, die schrale omstandigheden en stuivend zand nodig hebben, kunnen er niet meer leven. Kortom: als zand niet kan stuiven, kunnen de duinen niet groeien én neemt de hoeveelheid plant- en diersoorten af."

"Wat wij hier doen is op veel meer plaatsen gedaan, langs de hele Nederlandse kust. In 2012 hebben we in ons PWN-gebied bij Bloemendaal aan Zee vijf grote kerven laten graven. Dat was het grootste project in zijn soort in Nederland. De duinen hebben daar hun dynamiek weer teruggekregen en de variatie in dieren en planten is enorm toegenomen. Het duin lééft weer."
"In wezen wel: we hebben kerven van zo'n veertig meter breed uitgegraven en daarachter de begroeiing weggehaald zodat de vastgelegde duinen weer kunnen bewegen. Alleen wisten we nu dat we niet zo diep hoefden te gaan. In Bloemendaal groeven we ruim tien meter zand af. In Castricum maar vier. In de tussentijd hadden we geleerd dat het voldoende is om een begin te maken, de wind neemt het meteen over. Dat scheelde veel grondverzet en CO2-uitstoot."
"Zeker niet. Voor onze kustveiligheid zijn organisaties als Rijkswaterstaat en het Hoogheemraadschap verantwoordelijk. We hebben van begin tot eind nauw met deze organisaties samengewerkt.'
"Ik durf nu al te zeggen dat het geslaagd is. Je ziet het zand al stuiven. De komende drie jaar doen we nog aan nabeheer, zoals het wegfrezen van opnieuw uitgelopen helmwortels. Verder gaan wind en zand het werk doen. Ik denk niet dat dit landschap nog gaat dichtgroeien. Het zand heeft weer de ruimte. Ik vind het prachtig dat wij de biodiversiteit terugbrengen en dat de zeeveiligheid meeprofiteert Het zand heeft weer de ruimte, ik denk niet dat dit landschap nog gaat dichtgroeien. Het is toch prachtig dat wij de biodiversiteit terugbrengen en de zeeveiligheid meeprofiteert."
