
Sinds de oprichting van PWN in 1920 leveren wij drinkwater in Noord-Holland. In de loop van de jaren is er veel veranderd en hebben we belangrijke mijlpalen bereikt. We nemen je mee op een reis door de tijd.
De gemeente Amsterdam begint met het winnen van drinkwater in het duingebied tussen Heemstede en Vogelenzang. In het begin wordt dit water nog niet naar Amsterdam vervoerd via leidingen. Bewoners moeten het water zelf ophalen bij de Haarlemmerpoort en betalen daarvoor 1 cent per emmer.
De Grafelijkheidsduinen bij Den Helder worden ook waterwingebied. De exploitatie is eerst in handen van het waterleidingbedrijf van Den Helder. In 1977 neemt PWN dit bedrijf over.
Eindelijk gaan ook steden als Haarlem en Zaandam hun drinkwater uit het duingebied halen. De meeste drinkwaterbedrijven die in die tijd ontstaan, zijn van particulieren die er geld mee willen verdienen of van gemeenten die vooral hun eigen inwoners van water willen voorzien. Om de drinkwaterwinning veilig te stellen, wordt het duingebied afgesloten voor landbouw en bosbouw.
De provincie Noord‑Holland stelt voor om een provinciaal waterleidingbedrijf op te richten. Zo ontstaat het Provinciaal Waterbedrijf Noord‑Holland (PWN). Hierdoor kan ook het platteland van schoon drinkwater worden voorzien.
Het Provinciaal Waterbedrijf neemt de particuliere waterleidingbedrijven in de Zaanstreek en Alkmaar over. Ook deze bedrijven halen hun drinkwater uit de duinen. Om het duinwater op te vangen, graven ze geulen. Zo'n geul wordt ook wel een watervang of prise d’eau genoemd.
Door deze werkwijze en de sterke stijging van het watergebruik neemt de watervoorraad in de duinen echter af. Elk jaar wordt er wel 20 miljoen m³ water uit de duinen opgepompt. Dat is veel meer dan de regen kan aanvullen. Als gevolg daarvan daalt de grondwaterspiegel. Daardoor droogt de natuur uit en komt er ook zout water naar boven.
Op 27 juni opent de Commissaris van de Koningin officieel het nieuwe pompstation in Castricum.

De provincie Noord‑Holland koopt stukken duingebied aan. Dit gaat om de Grafelijkheidsduinen bij Den Helder en het hele duingebied tussen het Noordzeekanaal en Schoorl. Dit gebied heet nu het Noordhollands Duinreservaat. In 1934 draagt de provincie het beheer van dit gebied over aan PWN.
PWN sluit de 110.000ste drinkwateraansluiting aan in de gemeente Heerhugowaard. Dat is een mooie mijlpaal en reden voor een klein feestje.
Er moet iets gebeuren aan de verdroging en verzilting van het duingebied. PWN en de gemeente Amsterdam willen dit aanpakken door water uit de rivier de Lek het duingebied in te brengen. Samen richten zij de Watertransportmaatschappij Rijn‑Kennemerland (WRK) op. Zo kunnen ze de benodigde voorzieningen aanleggen en beheren.
Er wordt een enorme pijpleiding aangelegd. Deze vervoert het water van een innamepunt bij het Lekkanaal in Nieuwegein naar het duingebied. Daar zorgt WRK er eerst voor dat het oppervlaktewater wordt voorgezuiverd. Daarna zakt het water via gegraven kanalen en duinpanden het duin in, ook wel infiltratie genoemd. Het water blijft daar minimaal 3 weken. Bij deze duinpassage wordt het water extra gezuiverd. Door de zuurstofarme omstandigheden in de duinbodem verdwijnen bacteriën en virussen.
Ook Texel krijgt een openbare voorziening voor drinkwater.

Het infiltratiesysteem van WRK wordt in gebruik genomen. Hierdoor wordt er netto nog maar 3 miljoen m³ water per jaar uit het duin gehaald. Dat is goed nieuws voor de zoetwatervoorraad: die raakt hierdoor niet meer uitgeput. Maar het zorgt ook weer voor een nieuw probleem. Door het voedselrijke water uit de Lek neemt namelijk de begroeiing toe. Het duingebied verruigt en de typische duinnatuur komt onder druk te staan.
Sinds de jaren zestig is de voorzuivering van het oppervlaktewater sterk verbeterd. Het ingelaten water heeft uiteindelijk bijna dezelfde kwaliteit als het drinkwater. Het is alleen biologisch gezien nog niet betrouwbaar genoeg. De infiltratie zorgt nu vooral voor de opslag van water en voor bescherming tegen bacteriën en andere micro‑organismen. Door de groei van de bevolking neemt de vraag naar drinkwater in die tijd weer sterk toe. Daarom wordt de bestaande zuivering in Nieuwegein uitgebreid en komt er een tweede transportleiding: WRK‑II.
Later in de jaren zestig bouwt PWN ook een nieuw drinkwaterpompstation aan het IJsselmeer: Pompstation Andijk. Hier wordt oppervlaktewater direct gezuiverd tot drinkwater. Daarna wordt het water verdeeld in de provincie.
De waterwinning in de Grafelijkheidsduinen wordt beëindigd.
Begin jaren tachtig bouwt WRK naast Pompstation Andijk het nieuwe waterwinstation Prinses Juliana (WPJ). Daarbij hoort ook een dubbele transportleiding: WRK‑III. In 1981 wordt dit waterwinstation in gebruik genomen. Het voorgezuiverde water uit het IJsselmeer is deels bestemd voor infiltratie in de duingebieden. Daarnaast wordt het geleverd aan de industrie, zoals Tata Steel.
De uitvoeringsorganisatie van WRK wordt opgesplitst. Het deel dat het waterwinstation en de transportleidingen van WPJ beheert valt sindsdien onder PWN.
De bevolking van Noord-Holland groeit de komende jaren flink. Daardoor stijgt de vraag naar drinkwater. Ook klimaatverandering en vervuiling van onze bronnen (zoals het IJsselmeer) maken ons werk uitdagend.
Jonne Klaver (PWN) vertelt presentator Maurice Lede over de invloed van klimaatverandering op ons drinkwater én onszelf. Een gesprek over grote en kleine keuzes, zonnepanelen en CO2. En: over het stukje Australië in de Hollandse duinen.
Maurice Lede en Henk van Duist (PWN) duiken in de geschiedenis van het Noord-Hollandse drinkwater. Want: waar haalde je honderd jaar geleden nou eigenlijk je water vandaan?