
Drinkwater mag volgens de wet niet warmer zijn dan 25°C. Bij temperaturen daarboven neemt de kans op groei van bacteriën zoals legionella toe. Door hetere zomers en meer warmteleidingen stijgt de temperatuur van het leidingwater heel soms tot die grens. We willen daar goed inzicht in hebben. Daarom onderzoeken we waar de hotspots in ons netwerk zitten en hoe we risico’s kunnen voorkomen.

Waar in ons leidingnetwerk kunnen we de meeste opwarming verwachten?
Waar is het risico het grootst dat de temperatuur boven de 25 graden komt?
Onderzoeksinstituut KWR Water Resource heeft modellen ontwikkeld. Hiermee onderzoeken we waar we de sterkste opwarming kunnen verwachten in de zomer. We hebben berekend hoeveel warmte wordt afgegeven aan de ondergrond met het WH’23 klimaatscenario voor 2050 van het KNMI. Daarna hebben we dit vertaald naar de bodemtemperatuur en de drinkwatertemperatuur in de leidingen.

Welke zaken bepalen de temperatuur van het water?
Welke mogelijke oplossingen werken goed, maar zijn ook haalbaar?
Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat ons kraanwater niet overal gelijkmatig opwarmt. Het maakt uit of je de kraan opendraait in groen gebied of in de stad. Nog dichter bij de bron, bijvoorbeeld in Andijk, zijn de leidingen groot en stroomt het water snel. De temperatuur is hier bijna gelijk aan die van de bron. Maar hoe dieper het leidingnetwerk in, hoe smaller de leidingen en hoe langer het water stilstaat. Hier heeft de omgeving meer invloed en gaat de drinkwatertemperatuur meer richting die van de bodem.

In een groene omgeving is de kans kleiner dat het drinkwater warmer wordt dan 25°C. Leidingen onder gras of struiken warmen minder snel op. Dat komt omdat het groen de warmte opneemt en niet de bodem.
Op deze plekken zijn al veel meer hotspots dan in het buitengebied. Er is weinig tot geen groen en minder schaduw. De leidingen zijn kleiner en het water stroomt minder snel, waardoor het langer in de leidingen blijft staan.
In sterk verstedelijkte gebieden is het risico op warmer drinkwater het grootst. Vooral als ze ver van het IJsselmeer (onze bron waar we water innemen) liggen. De starttemperatuur bij de bron maakt weinig verschil. De bodem is bepalend.
Uit het onderzoek blijkt duidelijk dat ons kraanwater niet overal gelijkmatig opwarmt. Het maakt uit of je de kraan opendraait in groen gebied of in de meer versteende stad. In Andijk ben je dichter bij de bron. Hier zijn de leidingen groot en stroomt het water snel. De temperatuur is hier bijna hetzelfde als die van de bron. Maar hoe dieper het leidingnetwerk in, hoe smaller de leidingen en hoe langer het water stilstaat. De omgeving heeft hier meer invloed. De temperatuur van het drinkwater gaat meer richting de bodemtemperatuur.
Sensoren en kraanmetingen Het Waterlaboratorium meet het drinkwater aan de kraan. Dit is ons drinkwaterlaboratorium dat de drinkwaterkwaliteit bewaakt. In hun metingen was de afgelopen jaren al een duidelijke stijging van de drinkwatertemperatuur te zien. Zij meten daarnaast ook microbiologische waardes van het water. Via sensoren in het PWN-leidingnetwerk hebben we de uitkomsten van ons model gevalideerd. Dit wil zeggen dat we de gegevens hebben gecontroleerd.
Alleen weten wat de risicogebieden zijn, is natuurlijk niet voldoende. Daarom hebben we ook onderzocht welke oplossingen mogelijk zijn. Doen we niets, dan wordt in 12% van de leidingen de temperatuur hoger dan 25 °C. Mogelijkheden die we hebben doorberekend zijn bijvoorbeeld:
Alle leidingen op 1,5 meter diepte in plaats van 1 meter diepte leggen.
Warmte uit het water bij de bron halen.
Boven waterleidingen meer groen aanleggen of waterleidingen aan de schaduwkant van de weg plaatsen.
Waterleidingen isoleren.
Warmte halen uit het water in de leidingen en dit opslaan voor gebruik in warmtenetten.
Sommige oplossingen zijn niet haalbaar, omdat ze bijvoorbeeld te veel kosten. Warmte uit water in de leidingen halen is kostbaar. Maar als we die warmte opslaan en leveren aan bijvoorbeeld een warmtenet, is het mogelijk wel een haalbaar en duurzaam scenario. Warmtewinning is een serieuze optie voor vervolgonderzoek.
Bij het verminderen van de opwarming van het drinkwater is samenwerking met alle betrokken partijen onmisbaar. Daarom zoeken we actief contact. We werken samen met gemeentes en de provincie voor vergroening en warmtewinning. Ook delen we onze kennis met andere drinkwaterbedrijven. Zodat zij het wiel niet opnieuw hoeven uit te vinden. Samen zijn we slimmer en komen we verder.
Bekijk via onderstaande knop de hittekaart in de klimaatatlas van Hoogheemraadschap Noorderkwartier.

Matthijs Rietveld - Beleidsadviseur Drinkwater Dylan Dirks - Specialist waterverdeling